|
European Reintegration Networking |
|
|
|
|
||
September 2002 (Update April 2008)
Vluchtelingenwerk Vlaanderen (former known as OCIV Overlegcentrum Integratie van
Vluchtelingen)
Gaucheretstraat 164
B-1030 Brussel
Tel: 0032-2-2740023
Fax: 0032-2-2010376
info@vluchtelingenwerk.be
http://www.vluchtelingenwerk.be/
Verfasser/in: Katrijn Pauwels
![]()
Hoofdstuk 1: Migratie naar en van België
Hoofdstuk 2: De
minderhedensector
Hoofdstuk 3: Zelfstandige
terugkeerprogramma’s
Hoofstuk 4: Verwijdering van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegale verblijvers
Hoofdstuk 5: Migratie en ontwikkelingsprogramma’s
Hoofdstuk 6: Zelfstandige terugkeer:
‘Good practices’
Hoofdstuk 7: Zelfstandige terugkeer:
Aanbevelingen
Hoofdstuk 8: Zelfstandige terugkeer:
Aanbevelingen voor een Europees zelfstandige
terugkeerbeleid
Ook in België is terugkeer van vreemdelingen, naast opvang en integratie, een thema waar zowel overheden als niet gouvernementele organisaties (NGO's) sinds enkele jaren actief mee bezig zijn. Terugkeer maakt dan ook deel uit van he###t vreemdelingenbeleid. Het terugkeerbeleid is één van de drie pijlers van de huidige Belgische regering, naast een asielhervorming en een regularisatiecampagne.
In dit rapport stellen we het Belgische terugkeerbeleid en –terrein voor. In het eerste hoofdstuk geven we een algemeen beeld van de migratie in België. Het tweede hoofdstuk werpt een blik op de minderhedensector. In het derde en vijfde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van respectievelijk de lopende terugkeerprogramma’s en de migratie en ontwikkelingsprogramma’s. Hoofdstuk 4 stelt verwijderingsmaatregelen voor. Hoofdstuk 6 geeft een aantal good practices weer. In de hoofdstukken 7 en 8 doen we een aantal aanbevelingen voor mogelijke verbeteringen en stellen we basisvoorwaarden voor voor een (Europees) terugkeerbeleid (waarvoor door de Europese Commissie in april van dit jaar de eerste aanzetten zijn gegeven). Het negende en laatste hoofdstuk verzamelt de bijlagen bij dit landenrapport.
Terminologisch onderscheiden we drie soorten acties, namelijk zelfstandige terugkeer (1), vrijwillige terugkeer (2) en migratie en ontwikkeling (3). Onder zelfstandige terugkeer verstaan we de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers die niet door de overheid wordt georganiseerd en die kan worden begeleid door de Internationale Organisatie voor Migratie(IOM) of een NGO.Onder vrijwillige terugkeer verstaan we de terugkeer van vreemdelingen die nog in België mogen blijven en toch beslissen om te vertrekken. Migratie en ontwikkeling is van toepassing op programma’s en projecten waarin migranten worden begeleid die willen bijdragen aan de ontwikkeling van hun land van herkomst, al dan niet door ernaar terug te keren.
De ‘good practices’ en de aanbevelingen hebben slechts betrekking op de zelfstandige terugkeer van asielzoekers, i.e. het type terugkeer waarover OCIV - als belangenbehartiger van asielzoekers - de voorbije jaren enige expertise heeft ontwikkeld.
In de tweede helft van de jaren 1990 zien we meer immigratie dan
emigratie (zie
tabel 1tabel
1,en
bijlage 1). Daarbij stellen we vast
dat de immigratie voornamelijk wordt bepaald door vreemdelingen en
de emigratie door Belgen. De grootste groepen immigranten zijn de
Fransen en de Duitsers. Daarna volgen de Marokkanen en de
Turken.
Het aantal asielzoekers nam toe tussen 1988 en 1993. In 1993 waren er meer dan 26400 asielzoekers. De vier volgende jaren waren er gemiddeld slechts 12 500 aanvragen, maar dat aantal groeide opnieuw tot meer dan 22 000 in 1998, 35 778 in 1999 en meer dan 38 000 in 2000. Sinds 1995 komt de grootste groep asielzoekers uit ex-Joegoslavië, gevolgd door personen uit Rusland, Albanië en Iran. In tabel 2 worden voor de jaren 1997-2001 het aantal asielaanvragen en het aantal erkenningen als vluchteling weergegeven. Personen aan wie asiel wordt toegekend, worden verblijfsgerechtigd in België.
Tabel 1: Migratiesaldo (1995-2000)
|
1995 |
1996 |
1997 |
1998 |
1999 |
2000 |
|
|
Totaal |
+13.379 |
+12.714 |
+6.041 |
+6.740 |
+12.252 |
+12.137 |
|
Mannen |
+5.089 |
+4.950 |
+1.519 |
+1.991 |
+4.482 |
+4.506 |
|
Vrouwen |
+8.290 |
+7.764 |
+4.522 |
+4.749 |
+7.770 |
+7.631 |
Positieve cijfers wijzen op een toename van de totale bevolking (Belgen + vreemdelingen).
Tabel 2: Asielrecht (1997-2001)
|
1997 |
1998 |
1999 |
2000 |
2001 |
|
|
Asielaanvragen |
11.824 |
21.965 |
35.778 |
42.691 |
24.549 |
|
1.863 |
1.692 |
1.499 |
1.368 |
1.158 |
Tabel 3: Vreemde bevolking in België (1997-2001)
|
1997 |
1998 |
1999 |
2000 |
2001 |
|
911.921 |
903.120 |
891.980 |
897.110 |
861.685 |
Eind 1999 woonden er iets meer dan 10 miljoen mensen in België, waarvan bijna 900000 vreemdelingen (= 8,8% van de totale bevolking) (zie tabel 3 en bijlage 1)). Ongeveer 60% van de vreemde bevolking bestond uit EU-onderdanen, hoofdzakelijk uit respectievelijk Italianen, Fransen, Nederlanders en Duitsers. De grootste groepen derdelanderswaren Marokkanen en Turken.
Om als arbeidsmigrant in België te verblijven, moeten vreemdelingen over een geldige arbeidskaart beschikken: de arbeidskaart A of de arbeidskaart B. Deze De arbeidskaart A is voor onbepaalde duur geldig en voor iedere loonarbeid. De arbeidskaart B geldt maximum 12 maanden en is beperkt tot één bepaalde werkgever. voorwaarde geldt niet voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (de landen van de Europese Unie en Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein) en voor sommige categorieën van vreemdelingen , zoals erkende vluchtelingen en vreemdelingen met een vest igingsvergunning.
De a rbeidskaart A kan maar worden aangevraagd door een beperkt aantal categorieën , onder andere vreemdelingen die reeds vier jaar werken met een arbeidskaart B en vreemdelingen die reeds vijf jaar wettig en ononderbroken in België verblijven. Deze kaart is geldig voor alle in loondienst uitgeoefende beroepen, voor alle werkgevers en voor onbepaalde duur.
Een werkgever die een vreemde werknemer in dienst wil nemen die niet over een arbeidskaart A beschikt, moet een arbeidsvergunning aanvragen. Om een arbeidskaart B te bekomen, moeten bovendien twee voorwaarden zijn vervuld . Enerzijds moet er een bilateraal akkoord zijn tussen België en het herkomst land van de werknemer, anderzijds moet er schaarste zijn op de arbeidsmarkt. Sommige categorieën werknemers worden echter vrijgesteld van deze voorwaarden. In de praktijk zijn het enkel die personen die toegang hebben tot een arbeidskaart B.
De toekenning van een arbeidsvergunning aan een werkgever heeft automatisch tot gevolg dat een arbeidskaart B aan de betrokken werknemer wordt toegekend . De a rbeidskaart B wordt dus ook door de werkgever aangevraagd. Ze is slechts geldig voor één werkgever en gedurende een hernieuwbare periode van maximum twaalf maanden.
Een aparte categorie van vreemde werknemers betreft asielzoekers wiens asiel aanvraag ontvankelijk is verklaard, regularisatieaanvragers (op basis van de regularisatiewet van 22 december 1999 en indien de aanvraag werd ingediend voor 10 januari 2000) en personen die het statuut slachtoffer mensenhandel hebben aangevraagd en in het bezit zijn van een aankomstverklaring. Deze categorie kan werken met een Voorlopige Toelating tot Tewerkstelling (VTT). De werkgever dient hiertoe een aanvraag in te dienen. N a positief advies wordt een exemplaar van de VTT door de werkgever aan de werknemer gegeven. De VTT is geldig voor één werkgever, gedurende een hernieuwbare periode van maximum twaalf maanden.
Aan de huidige reglementering zullen een aantal wijzigingen worden doorgevoerd. Een ontwerp van Koninklijk Besluit (KB) voorziet onder andere in de volgende veranderingen. Alle personen met een verblijfsvergunning van onbeperkte duur zullen worden vrijgesteld van een arbeidskaart. Personen met een verblijfsvergunning van beperkte duur, die uitzicht hebben op een verblijfsvergunning van onbeperkte duur (zoals bijvoorbeeld ontvankelijk verklaarde asielzoekers, personen die zijn geregulariseerd en op voorwaarde van het vinden van een job, slachtoffers van mensenhandel,…) zullen recht hebben op een arbeidskaart C. Deze kaart is geldig voor iedere werkgever en gedurende een hernieuwbare periode van twaalf maanden. Tenslotte krijgen partners van mensen die toelating hebben om in België te verblijven, de mogelijkheid om te werken met een arbeidskaart B zonder bijzondere voorwaarden.
De laatste jaren is het aandeel van de arbeidskaarten B toegenomen tot meer dan 80% van het totale aantal arbeidskaarten dat aan vreemde werknemers wordt toegekend. In 1999 werden 8 670 eerste arbeidskaarten uitgereikt (zie bijlage 1), respectievelijk aan personen uit de Democratische Republiek Congo (DRC), de Verenigde Staten en de republieken van voormalig Joegoslavië. In juni 1999 bedroeg het totale aantal arbeidskrachten iets minder dan 4300000 werknemers, waarvan 381 000 vreemdelingen (= 9% van het totaal). Tussen 1989 en 1998 groeide het aantal Belgische arbeidskrachten met 3,5%, het aantal vreemde arbeidskrachten met 28,9%. In 1998 waren meer dan twee derden van de vreemde werknemers EU-onderdanen, waarvan de grootste groepen de Italianen en de Fransen. Onder de derdelanders waren de Marokkanen de belangrijkste groep arbeidskrachten. In 1998 waren er meer dan 2 800 000 Belgische en 236000 vreemde loonarbeiders. De Italianen, de Nederlanders en de Fransen waren de grootste groepen zelfstandigen, de Marokkanen stonden maar op de zevende plaats van de zelfstandige derdelanders in België. Van de iets meer dan 439 000 werklozen op 30 juni 2000, was bijna 81% Belgisch. Het aandeel van de buitenlandse werklozen is de voorbije 10 jaar met 0,2% gestegen. De nationaliteiten met het hoogste aantal werklozen zijn de Italianen, de Marokkanen en de Turken.
In 2001 keerden 14.977 personen terug, tegen 12.265 in 2000 en 9.234 in 1999. Dat aantal wordt opgesplitst in vier categorieën: 1. Repatriëringen (5.722 personen): illegale verblijvers die worden aangehouden en naar hun herkomstland gebracht, eventueel na opsluiting in een gesloten centrum; 2. Terugdrijvingen (5.350 personen): mensen die meteen aan de grens (in een luchthaven) worden tegengehouden en op het vliegtuig gezet; 3. Grensleidingen (272): personen die over de grens worden gezet naar het buurland vanwaar ze komen; 4. Zelfstandige terugkeren (3633) van uitgeprocedeerde asielzoekers.
In 2000 emigreerden van de onderdanen van de Europese Unie verblijvend in België, hoofdzakelijk Belgen, gevolgd door Nederlanders, Fransen, Duitsers, Engelsen en Italianen (voor een volledig overzicht, zie bijlage 2). Van personen uit de overige Europese landen in België emigreerden 1612 personen uit ex-Joegoslavië, gevolgd door Polen (296), Turken (250) en Noren (210). Van de Aziatische nationaliteiten emigreerden op de eerste plaats Japanners, gevolgd door overige Aziatische landen, Indiërs en Chinezen. Afrikaanse emigraties vanuit België waren Marokkanen, overige Afrikaanse landen en Zuid-Afrikanen. Amerikaanse emigraties waren onderdanen van de Verenigde Staten, Canada, overige Amerikaanse landen en Brazilië. Tenslotte emigreerden 147 Australiërs en 13 personen van een onbekende nationaliteit. Een volledige lijst van de geëmigreerde nationaliteiten is opgenomen in Bijlage 2.
De Belgische Vreemdelingenwet stelt dat vreemdelingen met een geldige Belgische verblijfs- of vestigingsvergunning die België verlaten, gedurende één jaar het recht hebben om naar België terug te komen.
Een vreemdeling die niet in België is gevestigd, kan worden teruggewezen wanneer hij de openbare orde of de nationale veiligheid heeft geschaad of de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden niet heeft nageleefd. Een vreemdeling die in België is gevestigd, kan, wanneer hij de openbare orde of de nationale veiligheid ernstig heeft geschaad, worden uitgezet. In uitzonderlijk ernstige omstandigheden kan de teruggewezen of uitgezette vreemdeling naar de grens worden teruggeleid. Daarvoor wordt de vreemdeling opgesloten. Teruggewezen of uitgezette vreemdelingen mogen gedurende tien jaar België niet binnenkomen.
Een vreemdeling die een bevel om het grondgebied te verlaten heeft gekregen, en een teruggewezen of uitgezette vreemdeling die er binnen de gestelde termijn geen gevolg aan hebben gegeven, kunnen met dwang naar de grens van hun keuze worden geleid of worden ingescheept voor de bestemming van hun keuze. Deze vreemdelingen kunnen worden opgesloten voor de tijd die noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel. De kosten van de repatriëring zijn ten laste van de vreemdeling.
Zoals de Belgische overheid maken we een onderscheid tussen terugkeerprogramma’s enerzijds en migratie en ontwikkelingsprogramma’s anderzijds. De Belgische terugkeerprogramma’s richten zich vooral tot uitgeprocedeerde asielzoekers, die moeten terugkeren. De migratie en ontwikkelingsprogramma’s richten zich tot migranten die willen bijdragen aan de ontwikkeling van het herkomstland.
Met het oog op meer en betere terugkeer- en vooral reïntegratie-ondersteuning, werd in mei 2001 het Centrum voor Vrijwillige Terugkeer en Ontwikkeling (CVTO) opgericht. De opdracht van het centrum is een beter georganiseerd en meer humaan terugkeerbeleid, in het bijzonder van uitgeprocedeerde asielzoekers. De doelgroep van het CVTO zijn vreemdelingen die willen terugkeren naar het land van herkomst of emigreren naar een derde land, namelijk:
Het CVTO dient als overlegplatform tussen de in België betrokken ministeries (Maatschappelijke Integratie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking), NGO's, opvangcentra voor asielzoekers, steden en gemeenten, IOM en migrantenorganisaties. De bedoeling is om overleg te plegen over de ontwikkeling en de uitvoering van nieuwe projecten in verband met zelfstandige terugkeer en ontwikkeling. Door de Stuurgroep (Algemene Vergadering) van het CVTO worden de prioriteiten bepaald (zie bijlage 6). Twee grote prioriteiten worden onderscheiden: de kwaliteitsverbetering van het basisterugkeerprogramma REAB (Return And Emigration of Asylum seekers Ex-Belgium) (zie infra, p.14) en de uitbreiding van de acties naar reïntegratie en ontwikkeling toe. Het CVTO dient de noodzakelijke voorwaarden te bewaken voor een zelfstandige terugkeer en een effectieve reïntegratie (bijvoorbeeld via counseling door de begeleiders van asielzoekers, voldoende ruime vertrekperiode, tools zoals opleiding, tewerkstelling, kleine onderneming, ontwikkelingsproject, financiële steun…). Een zelfstandige terugkeer heeft een duidelijke meerwaarde, in het bijzonder voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Het CVTO functioneert in het kader van een terugkeerbeleid, waarin effectief prioriteit wordt verleend aan zelfstandige terugkeer.
In België is de federale overheid bevoegd voor het vreemdelingenbeleid in de strikte zin en de Gemeenschappenvoor het beleid inzake onthaal en integratie van ‘etnisch-culturele minderheden’. Het (federale) vreemdelingenbeleid impliceert de toelating, de verblijfsrechtelijke positie en de verwijdering. Ook asiel maakt deel uit van het federale beleid.
Tijdens de eerste fase van de asielprocedure worden asielzoekers opgevangen in opvangcentra (beheerd door de overheid of het Rode Kruis), in lokale (gemeentelijke) opvanginitiatieven of door NGO’s (in privé-woningen). Na de eerste fase worden de zogenaamd ontvankelijk verklaarde asielzoekers toegewezen aan een gemeente.
Het Overlegcentrum voor Integratie van Vluchtelingen (OCIV) is een onafhankelijke koepelorganisatie van Nederlandstalig niet-gouvernementeel vluchtelingenwerk (i.e. federale bevoegdheden). Samen met haar Franstalige tegenhanger CIRÉ (Coordination et initiatives pour les réfugiés et les étrangers) zet ze zich (nationaal) in voor de bescherming van vluchtelingen. Deze organisaties houden zich voornamelijk bezig met federale materies in verband met vreemdelingen.
Het Vlaamse minderhedenbeleid wordt geregeld door het Minderhedendecreet van 28 april 1998.
Het wil minderheden die legaal in België zijn gevestigd, in staat stellen om maatschappelijk te participeren. Het beleid wil ook menswaardige opvang en begeleiding faciliteren van minderheden die tijdelijk in België verblijven, met respect voor de rechten van de mens. Dit wordt vertaald in vier doelstellingen: de emancipatie en participatie van de gevestigde doelgroepen bevorderen (1), een onthaalbeleid voor nieuwkomers ontwikkelen (2), voor een menswaardige opvang van mensen zonder papieren zorgen (3) en het draagvlak voor het minderhedenbeleid versterken (4).
Het minderhedenbeleid richt zich naar vijf doelgroepen: allochtonen die hier legaal zijn gevestigd, erkende vluchtelingen, trekkende bevolkingsgroepen (woonwagenbewoners en trekkende beroepsgroepen), anderstalige nieuwkomers en mensen zonder papieren.
Het minderhedenbeleid heeft drie pijlers: de overheid, de doelgroepen en de zogenaamde categoriale sector.
De doelgroepen zijn verenigd in bijna 1000 lokale en 15 landelijke verenigingen.
De categoriale sector bestaat uit het Vlaams Minderhedencentrum, provinciale integratiecentra, (lokale) steunpunten, stedelijke integratiediensten, het forum van etnisch-culturele minderheden, zelforganisaties en NGO’s.
De opvang van asielzoekers is
Onder zelfstandige terugkeerprogramma’s verstaan we programma’s die worden aangeboden aan uitgeprocedeerde asielzoekers, die het land eigenlijk moeten verlaten.
Zij kunnen dat dan zelf doen, eventueel met de hulp van IOM, of zij kunnen gedwongen worden verwijderd.
Momenteel voert IOM twee terugkeerprogramma’s uit: een algemeen programma en een specifiek programma, met name voor onderdanen uit Bulgarije, Roemenië, Slowakije en de Republiek Tsjechië.
IOM regelt het vertrek en verleent zowel geldelijke als materiële bijstand. Ze doet dat in opdracht van de Belgische regering en in samenwerking met eerstelijnspartners. De hulp bestaat uit de terugreis, het transport van bagage, de reisdocumenten en mogelijk een premie. De premie wordt uitbetaald op het moment van het vertrek en is maximum 250€ per volwassene en 125€ per kind. De premie wordt bepaald in functie van de leeftijd, de verblijfsduur in België, ...
Het programma wordt gefinancierd door het (federale) Ministerie van Maatschappelijke Integratie.
Ongeveer driekwart van de aanvragen leidt tot een effectieve terugkeer. In een kleine helft van de geannuleerde terugreizen ontbreken reisdocumenten.
Het REAB-programma ontstond in navolging van het REAG-programma in Duitsland, dat dateert van 1979.
Bijna 10% van de vertrekkers reist naar typische immigratielanden: Canada, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw Zeeland. De helft van deze transitmigraties vond plaats tussen 1992 en 1994.
Tot eind 2000 hebben in totaal 18 147 personen van dit programma gebruik gemaakt.
Bijlage 3 geeft een overzicht van de zelfstandige terugkeerders binnen REAB per nationaliteit van 1984 tot 2000. De top 5 bestaat uit respectievelijk Roemenen, Slovaken, Kosovaren, Ghanezen en Macedoniërs.
In bijlage 4 wordt een overzicht gegeven van de zelfstandige terugkeerders binnen REAB per categorie (periode 1984-2000). Sinds 1992 zijn de meeste terugkeerders asielzoekers die niet als vluchteling zijn erkend (categorie B). Volgens IOM heeft dit te maken met het versnellen van de asielprocedure en het toekennen, gedurende een extra maand, van maatschappelijke steun aan kandidaat-terugkeerders met een bevel om het grondgebied te verlaten.
De doelgroep zijn asielzoekers uit Bulgarije, Roemenië, Slowakije en de Republiek Tsjechië die momenteel in België verblijven en die hun asielaanvraag hebben ingetrokken of aan wie het vluchtelingenstatuut is geweigerd.
Het aanbod is ruimer dan het REAB-programma. Vóór het vertrek worden de kandidaat-terugkeerders geadviseerd en georiënteerd. Op de luchthaven van het terugkeerland worden ze door IOM onthaald. Eventueel worden ze naar hun eindbestemming gebracht. Verder zorgt IOMgedurende drie maanden na terugkeer voor opvolging en steun op maat, in functie van reïntegratie. IOM besteedt met name aandacht aan de toegang van de teruggekeerde personen tot huisvesting, beroepsoriëntatie en -opleidingen en tewerkstelling, gezondheidszorg, onderwijs en mensenrechten.
Het programma wordt gefinancierd door de Europese Commissie.
In ieder terugkeerland is een stuurgroep opgericht van vertegenwoordigers van ministeries, IOM, NGO’s en de Belgische ambassade. Elk dossier wordt nauwgezet opgevolgd en iedere klacht wordt aan de stuurgroep gesignaleerd met het oog op concrete oplossingen. IOM streeft naar betere toegankelijkheid voor minderheden tot de reguliere dienstverlening in de terugkeerlanden, teneinde de migratiedruk te verminderen.
Wie aan de grens asiel vraagt, maar de nodige binnenkomstdocumenten niet bezit, moet de eerste fase van zijn asielprocedure in een gesloten centrum doorlopen. In geval van een eerste positieve beslissing krijgt de vreemdeling toegang tot het grondgebied, waar hij de tweede fase kan afwachten.
In geval van een negatieve eindbeslissing, wordt de asielzoeker teruggedreven.
Al na een eerste negatieve beslissing, kan worden beslist om de asielzoeker vast te houden in afwachting van zijn verwijdering van het grondgebied of van de beslissing omtrent zijn dringend beroep tegen deze negatieve beslissing. Als de asielaanvraag ontvankelijk wordt verklaard, wordt de asielzoeker vrijgelaten, is ze onontvankelijk, dan wordt hij van het grondgebied verwijderd.
Na een negatieve eindbeslissing krijgt de asielzoeker een bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten. Hij/zij kan dan zelfstandig terugkeren (zie supra). Als het bevel niet wordt opgevolgd, kan de Belgische overheid hem/haar gedwongen verwijderen. Met het oog op verwijdering kunnen asielzoekers worden vastgehouden in een gesloten centrum.
Illegale verblijvers kunnen worden opgesloten met het oog op verwijdering.
Een vreemdeling die zich aan de grens aanbiedt of het grondgebied probeert binnen te komen zonder de vereiste binnenkomstdocumenten, kan worden opgesloten.
Alle onderstaande programma’s worden gefinancierd door de (federale) Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking.
Sinds 1998 ondersteunen de programma’s OCIV-Ondernemen en Migr'actions migranten die een kleine onderneming willen beginnen in de herkomstregio.
OCIV-Ondernemenricht zich tot duurzame verblijvers, ongeacht welke verblijfssituatie. De doelgroep van Migr'actions zijn migranten (met of zonder papieren) afkomstig uit ontwikkelingslanden. Beide programma’s steunen kleine bedrijven in ontwikkelingslanden, Migr'actions doet dat ook in Centraal- en Oost-Europa.
Voor de start van het kleine bedrijf stelt OCIV-Ondernemen kandidaten in contact met organisaties in België en de herkomstlanden.
De begeleiding bestaat uit volgende diensten: advisering en oriëntering om ondernemersvaardigheden en –ideeën te evalueren, een basisopleiding (marktstudie en bedrijfsplan), begeleiding bij het zoeken van een stage, een peter-/meter-ondernemer en/of een aanvullende opleiding, financiële ondersteuning bij de start van de activiteit (subsidie of lening) en een lokale partner in het herkomstland om de start en de ontwikkeling van de onderneming tebegeleiden.
Migr'actionswil ontwikkeling bevorderen dankzij de activiteiten van migranten.
Het programma biedt begeleiding aan bij de uitwerking en formulering van het ondernemingsplan en een opleiding in bedrijfsbeheer (boekhouding, marktstudie, bedrijfsplan…). De kandidaten krijgen een logistieke en financiële steun bij het opstarten van de onderneming en opvolging van het beginnende bedrijf door een lokale partner in het land van herkomst.
Ondernemingsplannen met ontwikkelings- en werkgelegenheidsrelevantie in het herkomstland worden bij voorkeur ondersteund.
In het jaar 2001 zijn 103 personen door OCIV-Ondernemen onthaald. Het belangrijkste herkomstland was de DRC, waarvan 73 kandidaat-ondernemers werden ontvangen. 64 personen hebben de opleiding ‘bedrijfsbeheer’ gevolgd en 23 kandidaten hebben een zelfstandige activiteit gestart. 15 ondernemingen worden door een lokale partnerorganisatie opgevolgd.
Van 1998 tot 2001 dienden zich 788 kandidaten aan bij Migr’actions. 438 personen volgden de opleiding ‘bedrijfsbeheer’, 352 ondernemingsplannen werden ingediend en 239 ondernemingen werden opgestart.
Het programma Ici et Là-bas van de organisatie Collectif des Femmes biedt korte bedrijfsopleidingen aan om (re-)integratie (in België of het herkomstland) én ontwikkeling te bevorderen.
Mwasi is een project binnen YWCA, een internationale vrouwenorganisatie actief in bijna 100 landen. Mwasi is er voor asielzoeksters, erkende vrouwelijke vluchtelingen en vrouwen zonder papieren. Mwasi organiseert volgende cursussen:
Voor het ogenblik is IOM de enige speler op het terrein van de zelfstandige terugkeer. Dit type terugkeer wordt gefinancierd door de Minister voor Maatschappelijke Integratie. De vorige Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking subsidieerde OCIV en CIRÉ eveneens om een zelfstandig terugkeeraanbod te doen, maar de huidige Staatssecretaris wil de terugkeer van asielzoekers (als tegemoetkomend aan een binnenlands probleem [van de Minister van Binnenlandse Zaken]) niet langer ondersteunen. Wel wil hij ontwikkelingsrelevante acties bevorderen. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten – ook terugkeerprojecten voor asielzoekers kunnen ontwikkelingsrelevant zijn, bijvoorbeeld in de mate dat terugkeerprojecten ook voor de herkomstlanden waardevol zijn, maar de aanvankelijke terugkeerprojecten van OCIV (OCIV-Ondernemen) en CIRÉ (Migr’actions) zijn dus migratie en ontwikkelingsprojecten moeten worden.
Het algemene terugkeerprogramma van IOM heeft ongetwijfeld zijn verdienste als alternatief voor gedwongen uitwijzingen. Het geeft afgewezen asielzoekers de kans om hun terugkeer zelf te organiseren. Het programma richt zich bovendien tot een bredere groep personen, zodat nagenoeg iedere vreemdeling die België eigenlijk moet verlaten, kan rekenen op een basissteun.
De premie, die dient om de zelfstandige terugkeer te stimuleren, kan bijdragen aan het toekomstperspectief van terugkeerders. Aan kandidaat-terugkeerders met een bevel om het grondgebied te verlaten, wordt ook gedurende een extra maand maatschappelijke steun toegekend.
Ook het specifieke IOM-programma voor Bulgaren, Roemenen, Slovaken en Tsjechen heeft meerwaarden:
In april 2002 heeft de Europese Commissie een Groenboek voorgesteld over terugkeer. De zelfstandige terugkeeroptie wordt er weinig in uitgewerkt en ook het jegens potentiële terugkeerders relevante onderscheid tussen zelfstandige terugkeer enerzijds en gedwongen uitwijzing anderzijds, wordt nauwelijks gemaakt. Zoals de nationale overheden motiveert ook de Commissie gedwongen uitwijzingen met het afschrikkingseffect op potentiële, toekomstige (asiel)immigranten.
Wij menen dat zelfstandige terugkeer steeds voorrang moet hebben op gedwongen uitwijzingen. Er kan dus nooit worden overgegaan tot gedwongen uitwijzing indien niet eerst een zelfstandige vertrek is betracht. Tijdens alle fases moet de zelfstandige terugkeer worden vooropgesteld en als mogelijkheid worden opengehouden. Deze terugkeer bestaat uit drie fasen: 1) de voorbereiding in het gastland; 2) de reis terug en 3) de reïntegratie. In onderstaand hoofdstuk reiken we de basisvoorwaarden aan die volgens ons moeten worden vervuld voor een (ondersteunde) zelfstandige terugkeer. Onze uitgangspunten zijn dat terugkeerprojecten ook voor de herkomstlanden waardevol moeten zijn en dat veiligheid, waardigheid en toekomstperspectief cruciaal zijn.
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan niet automatisch worden gedwongen om terug te keren. Hij moet veilig kunnen terugkeren. In volgende gevallen is de veiligheid van de asielzoeker bij terugkeer niet zeker: 1) De asielprocedure is nog niet definitief afgelopen; 2) De asielprocedure is niet correct verlopen en 3) De asielzoeker heeft nood aan bijkomende bescherming.
Volgens het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR) is sprake van terugkeer in veiligheid als volgende voorwaarden zijn vervuld: 1) wettelijke veiligheid (bijvoorbeeld amnestie, garanties door de overheid van de persoonlijke veiligheid, integriteit, non-discriminatie en vrijheid van angst voor vervolging of bestraffing bij terugkeer); 2) fysieke veiligheid (inclusief bescherming tegen gewapende aanvallen en mijnexplosies) en 3) materiële veiligheid (toegang tot grond(bezit) of middelen om in het levensonderhoud te voorzien). Deze voorwaarden moeten ook gelden voor uitgeprocedeerde asielzoekers die moeten terugkeren. Verder moet de veiligheid worden beoordeeld op basis van actuele, nauwkeurige en controleerbare informatie.
Volgens het UNHCR betekent een terugkeer in waardigheid dat: 1) terugkeerders geweldloos worden behandeld; 2) geen voorwaarden worden gesteld aan de terugkeer; 3) terugkeerders de nodige tijd krijgen om terug te keren; 4) terugkeerders niet willekeurig worden gescheiden van familieleden; 5) terugkeerders respectvol worden behandeld door het herkomstland en 6) de rechten van terugkeerders volledig worden erkend door het herkomstland. Deze voorwaarden moeten ook gelden voor uitgeprocedeerde asielzoekers die moeten terugkeren.
Verder ontbreekt het aan waardigheid als er sprake is van: 1) een criminaliserende invulling van het begrip ‘uitgeprocedeerd’; 2) een steeds dreigende gedwongen uitwijzing; 3) collectieve uitwijzingen; 4) het niet rekening houden met de psycho-sociale aspecten van de asiel- en terugkeerproblematiek. Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten positief worden benaderd en het terugkeerbeleid moet duidelijk zijn.
Terugkeer is verder onmogelijk in volgende gevallen: 1) familiale situatie: een gezin kan niet worden uiteengerukt bij terugkeer, het belang van het kind moet centraal staan in geval van terugkeer van kinderen (cf Kinderrechtenverdrag); 2) medische situatie: terugkeer is niet mogelijk als één van de gezinsleden medisch wordt behandeld en de behandeling niet mag worden onderbroken, zwangere vrouwen kunnen niet terugkeren vanaf de 28ste week en tot 3 maanden na de bevalling. 3) huwelijk met een wettelijke verblijver; 4) diverse humanitaire situaties; 5) alleenstaande minderjarigen, tenzij onder strikte voorwaarden; 7) procedure staatloosheid en 8) administratieve onverwijderbaarheid.
Behalve veiligheid en waardigheid moeten ook reële materiële voorwaarden worden vervuld. Opleidingen kunnen terugkeerders een reëel toekomstperspectief bieden. Verder is nauwkeurige en betrouwbare informatie nodig over de sociaal-economische situatie in het herkomstland en over de mogelijkheden voor individuele reïntegratie.

|
84 |
85 |
86 |
87 |
88 |
89 |
90 |
91 |
92 |
93 |
94 |
95 |
96 |
97 |
98 |
99 |
2000 |
Total |
|
|
TOTAL |
109 |
172 |
371 |
376 |
443 |
229 |
360 |
363 |
820 |
1222 |
1888 |
1904 |
1905 |
1569 |
1166 |
2068 |
3182 |
18147 |
|
ROMANIA |
8 |
54 |
119 |
299 |
293 |
192 |
259 |
162 |
109 |
239 |
184 |
1918 |
||||||
|
SLOVAKIA |
49 |
5 |
14 |
94 |
207 |
444 |
688 |
1501 |
||||||||||
|
KOSOVO (Yugoslavia) |
557 |
711 |
1268 |
|||||||||||||||
|
GHANA |
2 |
25 |
116 |
130 |
130 |
49 |
45 |
37 |
122 |
102 |
168 |
127 |
81 |
64 |
26 |
12 |
6 |
1242 |
|
32 |
123 |
438 |
386 |
107 |
16 |
15 |
15 |
1132 |
||||||||||
|
BULGARIA |
4 |
19 |
33 |
58 |
169 |
129 |
102 |
89 |
28 |
36 |
143 |
810 |
||||||
|
CONGO-KINSHASA |
23 |
43 |
29 |
35 |
39 |
32 |
17 |
19 |
28 |
36 |
33 |
106 |
157 |
100 |
69 |
23 |
14 |
803 |
|
CANADA |
4 |
2 |
4 |
2 |
5 |
13 |
33 |
155 |
202 |
157 |
60 |
25 |
11 |
6 |
8 |
8 |
695 |
|
|
INDIA |
5 |
7 |
27 |
18 |
21 |
21 |
29 |
17 |
41 |
57 |
153 |
116 |
54 |
37 |
27 |
12 |
8 |
650 |
|
ARMENIA |
5 |
6 |
5 |
92 |
211 |
71 |
83 |
108 |
581 |
|||||||||
|
NIGERIA |
1 |
2 |
12 |
7 |
12 |
13 |
31 |
19 |
53 |
50 |
135 |
93 |
70 |
31 |
25 |
16 |
6 |
576 |
|
PAKISTAN |
6 |
28 |
41 |
27 |
23 |
30 |
26 |
18 |
37 |
68 |
95 |
61 |
13 |
21 |
15 |
14 |
6 |
529 |
|
ECUADOR |
1 |
3 |
7 |
11 |
22 |
47 |
36 |
41 |
61 |
60 |
69 |
358 |
||||||
|
YUGOSLAVIA (84-92) |
18 |
28 |
71 |
90 |
118 |
7 |
14 |
4 |
2 |
352 |
||||||||
|
ALBANIA |
3 |
12 |
4 |
28 |
20 |
57 |
61 |
51 |
34 |
80 |
350 |
|||||||
|
RUSSIAN FEDERATION |
5 |
5 |
13 |
8 |
33 |
39 |
23 |
29 |
194 |
349 |
||||||||
|
USA |
9 |
6 |
19 |
9 |
8 |
22 |
69 |
24 |
25 |
14 |
14 |
27 |
17 |
35 |
20 |
31 |
349 |
|
|
COLOMBIA |
5 |
2 |
1 |
1 |
2 |
4 |
5 |
8 |
38 |
52 |
43 |
35 |
35 |
30 |
34 |
14 |
309 |
|
|
CZECH REPUBLIC |
7 |
11 |
17 |
19 |
39 |
29 |
177 |
299 |
||||||||||
|
GEORGIA |
1 |
18 |
43 |
43 |
37 |
68 |
58 |
268 |
||||||||||
|
UKRAINE |
6 |
6 |
18 |
20 |
14 |
21 |
36 |
96 |
217 |
|||||||||
|
CHILE |
6 |
5 |
4 |
3 |
9 |
6 |
9 |
14 |
12 |
25 |
30 |
34 |
13 |
16 |
8 |
10 |
8 |
212 |
|
BOSNIA-HERZEGOVINA |
3 |
60 |
67 |
32 |
10 |
7 |
179 |
|||||||||||
|
KAZAKHSTAN |
4 |
2 |
6 |
4 |
6 |
142 |
164 |
|||||||||||
|
GUINEA |
2 |
1 |
1 |
2 |
6 |
23 |
25 |
21 |
12 |
9 |
29 |
27 |
158 |
|||||
|
LEBANON |
1 |
2 |
12 |
3 |
8 |
9 |
35 |
37 |
11 |
15 |
8 |
1 |
2 |
4 |
5 |
153 |
||
|
TURKEY |
1 |
1 |
7 |
2 |
3 |
3 |
7 |
11 |
18 |
23 |
26 |
13 |
11 |
6 |
12 |
9 |
153 |
|
|
IRAN |
1 |
7 |
2 |
2 |
10 |
6 |
13 |
19 |
17 |
8 |
3 |
16 |
3 |
4 |
37 |
148 |
||
|
BANGLADESH |
1 |
7 |
9 |
19 |
2 |
7 |
9 |
9 |
15 |
20 |
20 |
10 |
5 |
3 |
2 |
1 |
139 |
|
|
SERBIA-MONTENEGRO |
6 |
9 |
30 |
51 |
7 |
8 |
111 |
|||||||||||
|
TOGO |
1 |
2 |
3 |
2 |
10 |
9 |
20 |
20 |
18 |
5 |
10 |
1 |
6 |
107 |
||||
|
BRAZIL |
1 |
4 |
4 |
1 |
1 |
2 |
18 |
8 |
28 |
23 |
14 |
104 |
||||||
|
MOLDOVA REPUBLIC |
2 |
1 |
5 |
7 |
5 |
9 |
33 |
37 |
99 |
|||||||||
|
PERU |
4 |
2 |
1 |
1 |
1 |
7 |
11 |
10 |
13 |
25 |
15 |
6 |
96 |
|||||
|
BENIN |
1 |
1 |
1 |
4 |
2 |
1 |
4 |
19 |
15 |
19 |
12 |
7 |
2 |
2 |
90 |
|||
|
CAMEROON |
5 |
2 |
1 |
1 |
4 |
8 |
7 |
2 |
8 |
19 |
16 |
14 |
87 |
|||||
|
POLAND |
1 |
1 |
1 |
14 |
8 |
5 |
5 |
25 |
3 |
5 |
2 |
1 |
5 |
8 |
84 |
|||
|
ANGOLA |
6 |
7 |
2 |
8 |
12 |
17 |
6 |
7 |
5 |
2 |
72 |
|||||||
|
KYRGYSZSTAN |
69 |
69 |
||||||||||||||||
|
BELARUS |
2 |
5 |
1 |
12 |
6 |
18 |
23 |
67 |
||||||||||
|
NEPAL |
7 |
5 |
17 |
7 |
10 |
7 |
5 |
6 |
3 |
67 |
||||||||
|
RWANDA |
1 |
3 |
15 |
13 |
7 |
10 |
7 |
7 |
4 |
67 |
||||||||
|
JORDAN |
22 |
4 |
7 |
16 |
7 |
2 |
3 |
1 |
62 |
|||||||||
|
IVORY COAST |
1 |
2 |
2 |
7 |
4 |
3 |
7 |
9 |
14 |
2 |
1 |
7 |
1 |
60 |
||||
|
HUNGARY |
2 |
4 |
10 |
5 |
6 |
6 |
5 |
1 |
2 |
2 |
12 |
55 |
||||||
|
SENEGAL |
1 |
1 |
1 |
3 |
3 |
4 |
2 |
1 |
2 |
9 |
12 |
6 |
5 |
2 |
52 |
|||
|
AUSTRALIA |
1 |
4 |
9 |
1 |
1 |
10 |
3 |
8 |
4 |
7 |
48 |
|||||||
|
SYRIA |
4 |
1 |
1 |
6 |
7 |
1 |
4 |
1 |
3 |
1 |
14 |
5 |
48 |
|||||
|
BOLIVIA |
5 |
3 |
7 |
3 |
1 |
3 |
3 |
4 |
8 |
7 |
1 |
45 |
||||||
|
ARGENTINA |
9 |
3 |
3 |
4 |
6 |
6 |
7 |
1 |
39 |
|||||||||
|
CROATIA |
4 |
11 |
8 |
9 |
2 |
1 |
4 |
39 |
||||||||||
|
UZBEKISTAN |
1 |
5 |
30 |
36 |
||||||||||||||
|
BURUNDI |
4 |
1 |
1 |
4 |
3 |
1 |
4 |
4 |
6 |
3 |
4 |
35 |
||||||
|
MOROCCO |
1 |
1 |
2 |
3 |
1 |
4 |
1 |
1 |
2 |
4 |
1 |
2 |
3 |
1 |
1 |
4 |
2 |
34 |
|
MONGOLIA |
2 |
3 |
6 |
20 |
31 |
|||||||||||||
|
CONGO-BRAZZAVILLE |
1 |
2 |
1 |
3 |
1 |
4 |
8 |
5 |
2 |
2 |
1 |
30 |
||||||
|
SIERRA LEONE |
7 |
2 |
1 |
1 |
6 |
5 |
4 |
4 |
30 |
|||||||||
|
VIETNAM |
1 |
1 |
4 |
13 |
2 |
4 |
2 |
1 |
28 |
|||||||||
|
ALGERIA |
2 |
1 |
3 |
3 |
3 |
4 |
1 |
2 |
8 |
27 |
||||||||
|
LITHUANIA |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
4 |
2 |
3 |
12 |
26 |
||||||||
|
BURKINA FASO |
1 |
2 |
1 |
1 |
2 |
5 |
3 |
2 |
1 |
2 |
2 |
1 |
23 |
|||||
|
ETHIOPIA |
1 |
2 |
3 |
2 |
3 |
5 |
2 |
2 |
3 |
23 |
||||||||
|
NIGER |
2 |
1 |
1 |
5 |
1 |
3 |
1 |
5 |
3 |
22 |
||||||||
|
ISRAEL |
1 |
2 |
7 |
1 |
6 |
3 |
20 |
|||||||||||
|
LATVIA |
1 |
4 |
6 |
1 |
4 |
2 |
18 |
|||||||||||
|
VENEZUELA |
1 |
2 |
4 |
7 |
1 |
1 |
16 |
|||||||||||
|
KENYA |
1 |
2 |
1 |
3 |
1 |
1 |
1 |
5 |
15 |
|||||||||
|
UGANDA |
4 |
1 |
4 |
2 |
2 |
1 |
14 |
|||||||||||
|
SRI LANKA |
4 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
13 |
||||||||
|
EGYPT |
5 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
11 |
|||||||||||
|
LIBERIA |
1 |
6 |
2 |
2 |
11 |
|||||||||||||
|
CENTRAL AFRICAN REP |
1 |
1 |
1 |
1 |
5 |
1 |
10 |
|||||||||||
|
MADAGASCAR |
2 |
3 |
1 |
3 |
1 |
10 |
||||||||||||
|
MALI |
1 |
1 |
1 |
1 |
2 |
1 |
2 |
1 |
10 |
|||||||||
|
MAURITIUS |
1 |
2 |
3 |
4 |
10 |
|||||||||||||
|
EL SALVADOR |
1 |
1 |
2 |
4 |
1 |
9 |
||||||||||||
|
NEW ZEALAND |
9 |
9 |
||||||||||||||||
|
SOUTH AFRICA |
1 |
3 |
2 |
1 |
2 |
9 |
||||||||||||
|
SUDAN |
2 |
1 |
4 |
1 |
1 |
9 |
||||||||||||
|
THAILAND |
2 |
1 |
2 |
2 |
2 |
9 |
||||||||||||
|
TUNISIA |
7 |
1 |
1 |
9 |
||||||||||||||
|
COSTA RICA |
4 |
1 |
2 |
7 |
||||||||||||||
|
CYPRUS |
6 |
1 |
7 |
|||||||||||||||
|
ESTONIA |
3 |
1 |
3 |
7 |
||||||||||||||
|
GAMBIA |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
7 |
||||||||||
|
HAITI |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
7 |
||||||||||
|
PHILIPPINES |
2 |
1 |
1 |
2 |
1 |
7 |
||||||||||||
|
TANZANIA |
1 |
1 |
2 |
2 |
6 |
|||||||||||||
|
ZAMBIA |
1 |
1 |
4 |
6 |
||||||||||||||
|
CHINA |
1 |
4 |
5 |
|||||||||||||||
|
DOMINICAN REPUBLIC |
1 |
1 |
1 |
2 |
5 |
|||||||||||||
|
GUATEMALA |
1 |
1 |
1 |
2 |
5 |
|||||||||||||
|
INDONESIA |
3 |
2 |
5 |
|||||||||||||||
|
MEXICO |
1 |
1 |
3 |
5 |
||||||||||||||
|
SWEDEN |
3 |
1 |
1 |
5 |
||||||||||||||
|
YTHREA |
1 |
4 |
5 |
|||||||||||||||
|
ZIMBABWE |
1 |
1 |
1 |
2 |
5 |
|||||||||||||
|
GUADELOUPE |
2 |
2 |
4 |
|||||||||||||||
|
HONDURAS |
3 |
1 |
4 |
|||||||||||||||
|
NICARAGUA |
1 |
2 |
1 |
4 |
||||||||||||||
|
USSR (84-91) |
4 |
4 |
||||||||||||||||
|
AZERBAIJAN |
3 |
3 |
||||||||||||||||
|
CUBA |
1 |
1 |
1 |
3 |
||||||||||||||
|
CZECHOSLOVAKIA(84-91) |
1 |
2 |
3 |
|||||||||||||||
|
PARAGUAY |
1 |
2 |
3 |
|||||||||||||||
|
COMOROS |
2 |
2 |
||||||||||||||||
|
DJIBOUTI |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
GABON |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
HONGKONG |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
JAMAICA |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
MALAYSIA |
2 |
2 |
||||||||||||||||
|
MAURITANIA |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
SLOVENIA |
1 |
1 |
2 |
|||||||||||||||
|
ARUBA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
AUSTRIA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
BOTSWANA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
CAMBODIA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
CHAD |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
GUAM |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
GUYANA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
IRELAND |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
ITALY |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
JAPAN |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
KOREA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
LESOTHO |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
MOZAMBIQUE |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
NAMIBIA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
NORWAY |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
PORTUGAL |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
SOMALIA |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
SURINAME |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
SWITZERLAND |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
UNITED ARAB EMIRATES |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
URUGUAY |
1 |
1 |
||||||||||||||||
|
YEMEN |
1 |
1 |
Bron: http://www.belgium.iom.int/projects/reab/REABstats.shtml
|
YEAR |
A |
% |
B |
% |
C |
% |
TOTALS |
|
84 |
39 |
36 |
30 |
28 |
40 |
37 |
109 |
|
85 |
67 |
39 |
39 |
23 |
66 |
38 |
172 |
|
86 |
246 |
66 |
77 |
21 |
48 |
13 |
371 |
|
87 |
186 |
49 |
147 |
39 |
43 |
11 |
376 |
|
88 |
129 |
29 |
267 |
60 |
47 |
11 |
443 |
|
89 |
79 |
34 |
93 |
41 |
57 |
25 |
229 |
|
90 |
198 |
55 |
124 |
34 |
38 |
11 |
360 |
|
91 |
194 |
53 |
109 |
30 |
60 |
17 |
363 |
|
92 |
294 |
36 |
436 |
53 |
90 |
11 |
820 |
|
93 |
373 |
31 |
714 |
58 |
135 |
11 |
1222 |
|
94 |
257 |
14 |
1487 |
79 |
144 |
8 |
1888 |
|
95 |
141 |
7 |
1578 |
83 |
185 |
10 |
1904 |
|
96 |
95 |
5 |
1550 |
81 |
260 |
14 |
1905 |
|
97 |
129 |
8 |
1192 |
76 |
248 |
16 |
1569 |
|
98 |
136 |
12 |
803 |
69 |
227 |
19 |
1166 |
|
99 |
463 |
22 |
1044 |
50 |
561 |
27 |
2068 |
|
2000 |
831 |
26 |
2073 |
65 |
278 |
9 |
3182 |
|
3857 |
21 |
11763 |
65 |
2527 |
14 |
18147 |
Bron: http://www.belgium.iom.int/projects/reab/REABstats.shtml

Tijdens de bijzondere Algemene Vergadering van de Stuurgroep van 11 januari 2002, keurden alle leden de prioriteiten goed voor het huidige werkingsjaar, dat loopt van november 2001 tot november 2002.
In het kader van deze prioriteiten, heeft de Beheerraad de taak nieuwe initiatieven te ontwikkelen die tegemoet komen aan de objectieven van het CVTO en zijn algemeen kader. Deze nieuwe initiatieven worden aan het Beslissingscomité gepresenteerd in de vorm van projecten voor de doelgroepen, samen met voorstellen ter uitvoering ervan.